Voor het eerst in 25 jaar geen ledenfeest

De inschrijvingen voor het ledenfeest liepen stilaan op hun einde. 100 leden hadden zich aangemeld. Net op de valreep schreef echter ook nog Mr. C in. Van deze persoon had ik echter nog nooit gehoord. Het is nu wel zo dat heel wat mensen lid worden via de website en zo kan het gebeuren dat we onze leden eigenlijk nooit zien, wat eigenlijk toch ook wel spijtig is. Namen blijven natuurlijk langer hangen, maar Mr. C kwam me geenszins bekend voor. In mijn ledenlijst kon ik zijn naam niet vinden, niet bij de N en al evenmin bij de C. Ook navraag bij de andere bestuursleden leverde niets op

Wat doet een mens tegenwoordig als hij een vraag heeft waarop hij het antwoord niet kent? Juist, dan raadpleeg je toch gewoon Google. Zoals verwacht waren er heel wat verwijzingen naar Mr. C.  Aanvankelijk leek echter niets te wijzen in de richting van een Bavostapper, tot ik bij een facebooklink uitkwam. Hier kreeg ik zelfs een profielfoto te zien, weliswaar een zeer vage en het was ook niet meteen duidelijk om wat voor iemand het ging.

Het moest een eerder kleine persoon zijn, want zijn gezicht was ook aan de kleine en fijne kant, een beetje vaal ook, gelig. Het leek ook alsof hij zijn ogen dichtkneep en tegen de zon in aan het turen was. Ik kreeg eveneens wat meer duidelijkheid over zijn naam. Mr. C heette eigenlijk Cor. Dat deed me dan weer aan een Nederlander denken, maar ik kon er geen touw aan vastknopen.

Het zinde me niet. Cor zinde me niet. In deze tijden van terrorisme moest je oplettend zijn. Voor je het weet, heeft Cor een bomgordel om zijn lijf en blaast hij ons ledenfeest op.

Ik belde naar de voorzitter. Die zat in Lubbeek, ergens op een wandeling denk ik.
“’t Is een mooie”, zei hij nog. Ik dacht toch dat hij het over de wandeling had.
“Roberto, je moet onmiddellijk een vergadering bijeenroepen”, zei ik.
“Is het zo dringend dan?” Hij had er blijkbaar niet veel zin in. Ik legde hem in het kort uit waar het over ging.
“Onze leden zijn in gevaar”, probeerde ik hem te overtuigen. “Je moet naar huis komen.We hebben nu andere katten te geselen.”

Leden in gevaar. Dat was genoeg. Meteen liet hij alles vallen wat hij in zijn handen had, sprong in zijn auto en reed naar huis. Ondertussen had hij elk bestuurslid, de keukenploeg incluis, opgebeld en nog dezelfde avond zaten we allemaal rond de tafel voor een nieuw crisisoverleg.

Het werd geen moeilijke discussie, helemaal niet. We waren het er meteen over eens dat er krachtige maatregelen moesten getroffen worden. Dat verlangt een mens immers van goede bestuurders. We wilden de levens van onze leden niet op het spel zetten. Cor gingen we niet binnenlaten.

“Maar hoe houden we hem dan buiten?” vroeg iemand.
Een goeie vraag waar niemand zo meteen een eenvoudig antwoord op had.
“Laat dat maar aan mij over.” Dat was Ludo

Als er nu iemand is aan wie je zo een taak zou toevertrouwen, dan is dat Ludo wel. Hij is groot, robuust, rustig en bedachtzaam met een strenge, wat stuurse blik. De geknipte man om iemand twee keer te laten nadenken alvorens domme dingen te doen.
“Bezorg me een blad met de foto van iedereen die ingeschreven heeft. Die met zijn spleetogen komt er niet in.

Dat was krachtige taal. Hier had niemand iets tegen in te brengen. Ook Betty niet. Wat was zij trots op haar Ludo. Haar steun en toeverlaat, haar rots in de branding. Er was een lichte blos op haar wangen verschenen en ze werd warm vanbinnen.
“Ik doe ook mee”, zei ze.
In tegenstelling tot wat we verwacht hadden, maakte Ludo geen bezwaar.
“Goed,” zei hij, “neem dan zeker ook uwen deegrol mee. Die kan van pas komen.”

We waren gerust. Er zou ons op 14 maart niets gebeuren. Onze leden zouden veilig zijn.
Dat hadden we als bestuur toch maar weer goed geregeld. Beslissingen nemen, krachtig optreden en allemaal aan één zeel trekken. Dat kan niet van elk bestuur in dit land gezegd worden.
We leunden tevreden achterover, praatten nog wat en dronken nog een goed glas.

De dagen daarna werd evenwel duidelijk dat Cor zich op heel veel plaatsen ingeschreven had. Wat toch wel raar was. Jezelf opblazen, dat doe je toch maar één keer, denk je dan.
Maar Cor bleek geen man te zijn, Cor was een vrouw en haar volledige naam was Corona. En ze had het zeker alleen niet voor de mannen. Ze pakte alles wat ze kon krijgen.
Ludo en Betty zouden geen partij zijn voor Corona. Ze zouden haar gewoon niet zien passeren, noch voelen. Dat serpent zou zich een leuk plaatsje zoeken bij iedereen die in haar buurt kwam, huppelen van de ene mens naar de andere. Veel doeltreffender dan een bommengordel.

Een nieuwe vergadering was niet nodig. Er was maar één optie: ons ledenfeest werd niet opgeblazen, maar afgeblazen. We mochten geen risico nemen.

Op het moment van schrijven zijn overigens alle activiteiten, feestjes publiek of privé verboden. Cafés en restaurants blijven dicht en lessen worden niet meer gegeven.

Op het moment van lezen zijn we alweer een tijdje verder. Hopelijk is het ondertussen niet nog veel erger geworden en hebben we al een klein beetje licht aan het einde van de tunnel.