Tocht Scherpgemeten

zondag 23 sept. 2018 – Scherpgemetentocht

Startplaats: Parochiezaal Meerhout-Zittaart
Afstanden:
4 – 8- 14 – 19 – 25 – 33 – 43 km
B
ereikbaar via E313, afrit 24 Geel -Oost
Openbaar vervoer: Lijn 302 Geel-Maaseik halte ‘Meerhout-Zittaart Kruispunt’
Parcoursverantwoordelijke: Luc Lievens – gsm 0490/42 91 29
Scherpgemetentocht

 

Een spooklegende uit Zittaart…

Louis Grietens schreef zowat 60 jaar geleden over een spook in de omgeving van de Zittaartse molen. Hij publiceerde historische gegevens over de Meerhoutse molens. Daarin vermeldde hij als folkloristisch nevenverschijnsel dat in de volksmond een spooklegende nog levendig was. De naam van het spook verwijst naar een vroegere gewoonte op de molen. Het maaldersloon bestond uit het scheppen van een hoeveelheid graan uit de zak die een boer aanbood om te malen. Het is duidelijk dat in een tijd waar graan het voornaamste voedingsmiddel was, men spaarzaam omsprong met de oogst. Wilde men het omzetten in een consumeerbare grondstof, dan was men aangewezen op de molenaar. Die had de naam een welgesteld man te zijn, waardoor jaloezie nogal eens de kop opstak. De boer keek oplettend toe of de maalder niet te veel schepte. Meestal vond hij dat het meel dat hij kreeg in ruil voor het geleverde graan nogal scherp afgemeten was. Ge kent een boer, wanneer ge in zijn zakken zit, is hij op zijn teen getrapt. Louis Grietens vertelde dat in de nabijgelegen schuur van Mondelaers een spook huisde dat scherp gemeten genoemd werd. Het zou het leven van de molenaar voortdurend zuur gemaakt hebben. In 1972 tekenden we meer bijzonderheden op, naar getuigenissen van oudere mensen die de spooklegende hoorden vertellen. Zowat honderd jaar geleden zou de molenaar, die graag een borrel dronk, het spook ten tonele gevoerd hebben om zijn late thuiskomsten te verklaren. Om zijn vrouw te sussen, kwam hij dan binnenvallen, lijkbleek van schrik. Hij had weer het spook gehoord. Gezien had hij het echter nooit. Maar telkens als hij voorbij de schuur van Mondelaers kwam, rammelde daarbinnen iets of iemand met kettingen en was er gerommel en gebodder alsof iemand voortdurend lege vaten over de hard, ongelijke dorsvloer rolde. Toen zulke verhalen de dorpelingen ter ore kwamen, kon de spot niet op. “Dat is zeker,” zeiden ze tegen de molenaar,”gij meet uw zakken te scherp en dat spook komt wraak nemen.” Meteen kreeg het spook zijn naam: Scherp Gemeten.
Spotnamen waren vroeger schering en inslag. Ze werden gegeven om mensen te kwetsen, gebruikt als verbaal wapen. Zo werden in de zeventiende eeuw de bestuurders van heel wat Kempische gemeenten voor de raad van Brabant gedaagd omdat hun inwoners de Mechelaars voor maneblussers scholden. Nu zijn die vroegere scheldnamen meestal omgebogen tot bijnamen waarop men fier is. Denk maar aan de Meerhoutse katten, die waren vroeger kattenstropers… Maar anderzijds zijn kwetsende bijnamen niet volledig verleden tijd. Kijk en luister maar eens naar betogingen. Kruip maar eens tussen de supporters naast een voetbalveld. Overigens, al onze Zittaartse maalders waren brave mensen die geen vlieg kwaad zouden doen. Eertijdse gezegden als ‘eens maalder altijd dief’ waren zeker niet op hen van toepassing.

Situering

Honderd jaar geleden woonde de maalder in hetzelfde huis dat nu nog het molenhuis is. Het woonhuis Mondelaers stond waar nu de woning van Ter Linde is. Los daarvan stond aan de westzijde, tegenover het kerkhof, een monumentale lemen schuur met strooien dak. De schuur is gedeeltelijk te zien op één van de weinige oude prentkaarten die in Zittaart werden opgenomen. Ze heeft de vroegere kerk als dorpsgezicht.