Verslag van een zonnige voorjaarsuitstap naar Vlissingen

Een Nederlander komt bij het meer van Galilea en vraagt:
“Wat kost het om een boot te huren?”
“50 dollar per uur.”
“50 dollar per uur? Zo veel?”
“Maar het is hier ook heel speciaal. Hier liep Jezus over het water.”
“Dat geloof ik graag met zo’n huurprijs!”

Niks leukers dan een verslag over een uitstap naar Nederland te beginnen met een Hollandermop. Toch plezant om af en toe eens met de Nederlanders te lachen!
En toch moeten we daar een beetje mee opletten, want met Ton en Wendy hebben we ook twee rasechte en sympathieke Nederlanders in onze Bavostappersrangen. En die willen we dan ook niet schofferen met flauwe moppen over Nederlanders te vertellen.
We willen trouwens niemand beledigen in dit Wandelkrantje. Het gebeurt wel eens meer dat leden vermeld worden in verslagen over busuitstappen. En dan wordt er al wel eens gelachen, de draak gestoken… maar uiteraard nooit met de bedoeling om te kwetsen. Beschouw het als een knipoog, want als je in een verslag genoemd wordt, betekent dat gewoon dat we je graag hebben als Bavostapper. Dat we blij zijn dat je erbij was.

Nederland dus! Dat betekent dat je richting Antwerpen moet. Wil je niet aan beginnen in de week, maar op een zaterdagochtend tegen 8 uur aan valt dat wel mee. Vanaf de ring rond Antwerpen heeft een vogel niet veel tijd nodig om in Vlissingen te geraken. Via de weg moet je daar toch een omwegje voor maken. Die vogel was al even uitgehijgd toen wij omstreeks halftien ook arriveerden aan het clublokaal van wandelclub Willen is kunnen’.
We werden vriendelijk onthaald. Het bakje koffie was wel een plastieken beker, maar voor 1 euro maakten we daar geen zaak van.

Vlissingen is Malmedy niet. We verwachtten ons dan ook niet aan steile klimmen of technische afdalingen. Extra-energierepen waren dus niet nodig. Het is daar allemaal zo plat als een vijg. Steile verwachtingen hadden we overigens van het parcours ook al niet: veel bossen en smalle paadjes moet je daar ook al niet verwachten, verharde wegen wellicht des te meer. De Ruytermars legde zijn accenten dus ergens anders.
We hadden al onze hoop gesteld op het stadje zelf, want Vlissingen zou best een leuke plek zijn om er even te vertoeven.
Het duurde even voor de we straten en huizen achter ons gelaten hadden, maar na een tijd werd de omgeving wat meer open en kregen we een idee van de weidse, vlakke omgeving. Onmiddellijk vielen enkele bunkers op die her en der verspreid stonden in het landschap. Het bleken overblijfsels te zijn van de Atlantikwall.

In augustus 1942 begonnen de Duitsers met de bouw van de Atlantikwall om de te verwachten geallieerde invasie af te weren. De Atlantikwall was een aaneengesloten verdedigingslinie langs de kust van West-Europa. In twee jaar tijd was deze linie vanaf de Noordkaap in Noorwegen tot in Biarritz aan de Spaans-Franse kust tot stand gekomen. Het bestond uit een aaneengesloten linie van bunkers, antitankgrachten, antitankmuren en drakentanden. De antitankgracht vormde het belangrijkste onderdeel.

Verder was het niet moeilijk in te schatten in welke richting we de zee moesten zoeken. De duinen staken hoog boven het landschap uit als waren het mijnterrils. Als die nog moesten beklommen worden, was Malmedy toch niet veraf.
Het was prettig wandelen: de wolken lieten soms ook wat plaats voor een fris voorjaarszonnetje en de voorspelde buien zagen we nog niet meteen hangen. Op een bepaald ogenblik vonden we het dan ook nodig om een stuk van onze broekspijpen te doen en omdat iedereen over afritsbare pijpen beschikte, moest er niet geknipt worden. Dat liep al een stuk luchtiger en na 9 km bereikten we de eerste rust aan de voet van een hoge duin.
Even de duin over en we zouden op het strand komen. Willen is kunnen. Wij wilden wel, konden ook, maar mochten niet. Niks duin over dus, mooi verder langs de weg lopen!
Even voorbij de camping van Roompot Vakanties werden we weer landinwaarts gestuurd, op weg naar de volgende controlepost die een 5-tal km verder lag. Terug naar af eigenlijk, want zo kwamen we ook weer terug bij de startplaats uit.
Het enige voordeel van deze locatie was het feit dat je weer voor slechts één euro een consumptie kon gebruiken. We hadden er echter graag wat centen meer voor over gehad, want om er te geraken hadden ze ons maar weer eens door de woonwijken gestuurd.
Echt mooi was de tocht nog niet geweest. Maar we hadden dan ook nog niks van Vlissingen gezien.
Even de weg op, rond puntje langs en dan mochten we het Nollebos in, een groene plek tussen de woonwijken en de zee. Dan toch een beetje bos! Het had mooi kunnen zijn, want er lopen toch heel wat onverharde wegeltjes door die het een wandelaar best aangenaam kunnen maken. De pijlen lieten ons echter spijtig genoeg een rechte, verharde weg volgen richting het strand.
En nog werd ons het zicht op zee onthouden, want weer moesten we te vroeg linksaf, verder over het asfalt naar Vlissingen. Even later, met zicht op het kustplaatsje, vonden we het toch welletjes en zijn we zelf het strand opgegaan.

Vanaf hier nam Herman het over. Samen met Agnes komt hij al jaren naar Vlissingen en dit leuke stadje heeft voor hen dan ook geen geheimen meer.
Eerst nam hij ons mee naar het windorgel, een geluidssculptuur bestaande uit verticaal geplaatste bamboebuizen waarin gaten zijn gemaakt. Het staat aan het einde van de Nolledijk. Het windorgel is een blaasinstrument dat wordt bespeeld door de wind en produceert een scala aan sonore, soms haast brommende tonen.
Spijtig genoeg stond er geen wind, eigenlijk nog niet eens een zeebriesje en het orgel had dan ook niks te vertellen. Het was wel de moeite waard om er even bij stil te staan.
We trokken dan maar verder via de boulevard van Vlissingen, waar je verderop ook langsheen hotels en appartementen wandelde. Toeristisch was het zeker, maar het straalde ook een zekere rust uit, een aangename plek om te vertoeven. Toch een opvallend verschil met de muur van hoogbouw die je aan onze Belgische kust tegenkomt en die dan ook nog eens extra lelijk gemaakt wordt door de vele winkels.

Langs de Kazematten en het standbeeld van Michiel de Ruyter bereikten we het binnenstadje.
Een kazemat is een militair bouwwerk dat gebruikt wordt voor verdedigingsdoeleinden tegen vijandelijk vuur. Vaak worden er ook voorraden zoals munitie bewaard. De Kazematten in Vlissingen bestaan uit verschillende ruimtes en hebben diverse functies gehad. Opvallend is dat de originele garnizoensbakkerij na al die jaren nog intact is. Ooit werden hier 4800 broden per etmaal gebakken.
De Kazematten uit 1811 liggen op de grens van land en water. Eigenlijk is dit bouwwerk een monument in een monument: Deze kazematten zijn namelijk te vinden in het hart van het Keizersbolwerk, een onderdeel van de Vlissingse vestingwerken uit 1548. Het is niet verwonderlijk dat historische beroemdheden zoals Karel V, Michiel de Ruyter en Napoleon telkens weer voor deze plek kiezen. De strategische ligging ten opzichte van Antwerpen en het diepe vaarwater maken dit tot een bijzondere locatie. Al eeuwenlang een plek van komen en gaan.

Herman vertelde honderduit over de gezellige restaurantjes waar het lekker eten was. Honger lijden was er in Vlissingen niet bij.Voorlopig waren we er echter nog niet aan toe. Ik weet wél waar ik de volgende keer lekkere vis kan eten. We keken onze ogen uit, want het binnenstadje was best de moeite. Tot we het dan wel echt tijd vonden worden voor een gezellig terrasje. De volgende controlepost lag nog een tweetal kilometer verderop, maar dan zouden we het leuke gedeelte alweer gehad hebben. Vlak voor de jachthaven leek ons een goed idee. De Rik had ons eerst nog willen meenemen naar een English pub, want daar kon hij een Guinness drinken. Normaal zweert hij bij cola light, maar voor de Ieren heeft hij een zwak. Gelukkig werd het ook geserveerd op het terrasje tegenover de jachthaven waar we uiteindelijk een rustig plekje gevonden hadden.
Ondertussen waren ook de dames erbij geroepen en samen met Ludo B. en Roberto hadden we het een tijdje best naar onze zin. Agnes had zich blijkbaar ook een goede gids getoond in dit pittoreske stadje en had het gezelschap naast terrasjes en restaurantjes ook nog wat cultuur meegegeven. De enige cultuur die ons op het terrasje kon bekoren, heette Jan Hartog en die schonken ze daar in alle maten.
We moesten natuurlijk ook de klok nog in de gaten houden, want om 17 u stipt zouden de bussen weer huiswaarts vertrekken.
Het laatste deel ging ook weer vlot; de Jan Hartogs zorgden er niet voor dat de nog af te leggen afstand langer werd dan in realiteit. Het leukste hadden we echter wel gehad en wanneer we aanvankelijk nog wat water rondom ons hadden, werd het gaandeweg toch behoorlijk saai. We vonden het dan ook helemaal niet erg dat we ruim op tijd weer aan de startplaats arriveerden, waar velen ook alweer present waren.
Afsluiten deden we nog met een frisdrank en toen iedereen netjes op tijd, sommigen hadden weliswaar geflirt met de deadline, aan de bus gearriveerd was, konden we weer naar huis.
Van de verwachte regenbuien was niets in huis gekomen. We hebben zelfs genoten van een schitterende dag waarbij menig gezicht gekleurd was door een heerlijk voorjaarszonnetje.

Paul