Het is allemaal nog reuze meegevallen!

Wat doen we met de Joeri?

De voorzitter bekeek zijn bestuursleden één voor één. Iedereen zat wat ongemakkelijk op z’n stoel. Niemand zei wat.
Het was niet lang na de laatste busuitstap die we ondernomen hadden naar Malmedy. Roberto had zijn bestuursleden allemaal opgetrommeld. Sommigen waren vervroegd uit vakantie moeten terugkomen, anderen mochten niet vertrekken. Het was crisis in de club. Alweer!
Je weet dat Roberto als een moederkloek over zijn Bavostappers waakt en als er iets de goede sfeer dreigt te verstoren, slaat hij meteen alarm.
Nog niet zo lang geleden was hetzelfde gebeurd. (Zie krantje van maart – Rik Slegers van misdrijf beticht) De plooien zijn intussen weer gladgestreken en Rik kan weer samen met den John zonder problemen een berg op.

Ja, wat doen we met de Joeri, probeerde een bestuurslid de onbehaaglijke stilte te doorbreken? “Dat had hij eigenlijk niet mogen zeggen.”
“Dat had hij zeker niet mogen zeggen!” foeterde de voorzitter. Hij was echt kwaad.
“Als wij een busreis organiseren, wil ik dat iedere deelnemer opgewekt, ontspannen, gemotiveerd, blijgezind, goedgemutst en vriendelijk voor de andere Bavostappers aan boord gaat. Een busreis is als een familie-uitstap waarbij we zorgen voor een goede sfeer en onze medereizigers gelukkig proberen te maken.” De bestuursleden keken bezorgd, want Roberto raakte wat over zijn toeren.
“En de Joeri heeft 57 Bavostappers, uit evenwicht gebracht!” raasde hij nu verder. “Hij heeft de sfeer helemaal om zeep geholpen!”
I.p.v. hoopvol op reis te vertrekken, had iedereen inderdaad ongemotiveerd en al uitkijkend naar de einde van de dag in zijn zetel gehangen.

Wat was er dan gebeurd? Joeri was met zijn smartphone zwaaiend bij de bus aangekomen.

 “Het gaat regenen van 10 tot 4. De hele dag dus.”
Dat was het eerste wat hij zei.

Zijn boodschap was duidelijk geweest en had inderdaad meteen een domper op de vreugde gezet. Maria en Sonja hadden eerder dan wel gezegd dat het misschien af en toe een bui kon doen, maar het kwaad was geschied. Iedereen had ondertussen gehoord dat ze die dag kletsnat zouden worden en omdat een mens vaak eerder geneigd is om zich te laten meeslepen door onheilsboodschappen, meer dan door het omgekeerde, kwam de mededeling van de Joeri hard binnen.
Er werd onderweg dan ook niet veel meer gezegd. Jan en Maggy hebben zelfs zowat de hele tijd geslapen en als het zonnetje af en toe toch door de wolken probeerde te breken, werd dat eerder gezien als een ‘waterzon’. Want ze scheen te fel. Daar kon alleen maar regen van komen.

Er kwam nu toch wat leven in de bestuursvergadering. Ze waren het volmondig met de voorzitter eens. Dit had niet mogen gebeuren.
“Als Frank en Sabine regen voorspellen, dan kan je daar misschien wel een beetje rekening mee houden,” zei iemand, “maar je weet dat die weervoorspellers er vaak naast zitten. Dat de buien dikwijls ergens anders vallen. Joeri had het nooit zo direct mogen zeggen.
Hij had het toch ook zo kunnen formuleren:
“Het zal vandaag geen al te mooie dag worden. De wolken zullen wellicht vaak van de partij zijn en soms dik en dreigend over de Ardennen drijven en misschien is het mogelijk dat er hier of daar eventueel een buitje zou kunnen vallen.”

Er steeg een zacht gemompel op uit de vergadering. Dat was goed gezegd.
“Ja, dat zou veel beter geweest zijn”, vervolgde de voorzitter grimmig. Dan was niemand zijn goede humeur kwijtgeraakt.
“Daar moeten sancties op volgen”, zei iemand.
“Ja, de Joeri moet gestraft worden”, ging iemand anders verder. En plots kwam de vergadering tot leven. Iedereen had nu wel iets te zeggen. Er werd over en weer gepraat, voorstellen werden geformuleerd. De één was nog niet klaar met zijn argument of een ander had al een nieuw klaar. Het ging er hevig aan toe. Zelf had ik geen kans om iets te zeggen, want ik moest schrijven, schrijven, schrijven om alles op papier te krijgen. We moesten ons immers later nog kunnen herinneren wat er allemaal gezegd was.
De voorzitter was ondertussen wat gekalmeerd. Hij was tevreden. Zijn bestuur deed voorstellen, zocht naar oplossingen. Wikken en wegen, discussiëren en tot een goede oplossing komen. Zo hoort het. En ze raakten eruit.

“Het wandeljaar is ondertussen al flink gevorderd, “ zei hij, “maar Joeri kan nog altijd duidelijk bewijzen, dat hij een goede Bavostapper is en de club en zijn wandelvrienden genegen is.
We zullen hem dus de volgende straf opleggen:

  • Hij moet deelnemen aan de twee resterende busuitstappen, naar Bornem en naar Antwerpen.
  • We verwachten hem zeker op onze Scherpgemetentocht waar hij zijn club gul kan komen steunen.
  • Aangezien hij nog jong is en er mee helpt voor te zorgen dat gepensioneerden vandaag de dag kunnen overleven, hoeft hij niet deel te nemen aan de midweekse gratis tochten. Wel zal hij aanwezig zijn op zondag 20 augustus in Wechelderzande en op zondag 5 november in Tessenderlo.
  • En op onze Spek en eierentocht moet hij na het werk nog een stuk vlaai komen eten.

“Plus”, zei de Rik opeens. Vorige keer was hij het die de berisping had moeten ondergaan en nu zag hij dus zijn kans schoon om zelf ook een tik uit te delen.
“Hij moet een andere smartphone kopen. Eén die het weer veel juister kan voorspellen.”
Ook daar was iedereen het mee eens en we waren oprecht blij dat Joeri nog een kans gekregen had, dat niemand hem uit de club had willen zetten.

Over ons verblijf in Malmedy kunnen we kort zijn. Iedereen had er zijn goede humeur teruggevonden. We hadden immers allemaal kunnen genieten van een heerlijk parcours, eentje met ‘ups en downs’, letterlijk dan, van fraaie vergezichten, smalle en kronkelige paadjes. Af en toe priemde de zon zelfs even door het wolkendek heen, en …

Het is van 10 tot 4 droog gebleven, de hele dag dus.

Niet verwonderlijk dus dat de Joeri zich op het einde van de dag wat ongemakkelijk voelde.

Paul

Onze volgende busuitstap: zondag 22 oktober – Bornem.
(Het is voorlopig nog niet zeker wat voor weer we dan kunnen verwachten.